Categoriearchief: Blog

De Herberg


Dit mens-zijn is een soort herberg.
Elke ochtend weer nieuw bezoek.
Een vreugde, een depressie, een benauwdheid,
een flits van inzicht komt als een onverwachte gast.
Verwelkom ze; ontvang ze allemaal gastvrij
zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt
die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat.
Behandel dan toch elke gast met eerbied
want misschien komt hij de boel ontruimen
om plaats te maken voor iets anders…
De donkere gedachte, schaamte, het venijn,
ontmoet ze bij de voordeur met een brede grijns
en vraag ze om erbij te komen zitten.
Wees blij met iedereen die langskomt.
De hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd
om je als raadgever te dienen.

(Rumi, 13-de eeuws Perzische dichter en wijze)

Deze tekst van Rumi draag ik de laatste tijd met me mee. Speciaal in deze decembermaand, waarin ik terugkijk op het afgelopen jaar. In mijn eigen leven het moeilijkste jaar ooit. Het jaar waarin ik, toen het nog maar pas begonnen was, mijn oudste dochter verloor. Het hele afgelopen jaar voelt als één lange dag. Of misschien beter gezegd: nacht.

Elke ochtend weer een nieuw bezoek..verwelkom ze allemaal gastvrij, zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt die je hele huisraad kort en klein slaat.

Ik las: zo’n verlies ‘verwerk’ je niet, je overleeft het. Dat herken ik. Overleven is hard werken, rouwarbeid. Een menigte verdriet toelaten en de tijd nemen voor alle aspecten ervan. Toch zoveel mogelijk de basale dagelijkse dingen doen, en merken dat dingen soms best gaan en dan weer helemaal niet. Hulp leren vragen, voelen en aangeven en doen wat ik nodig heb. Ankers uitwerpen om mezelf verder het leven in te helpen. Balanceren tussen begrenzen en grenzen oprekken. Mijn verhaal steeds weer vertellen. Merken dat sommige verbindingen dit niet dragen en dat andere zich verdiepen. Luisterende oren zoeken en vinden. Oefenen in ontvangen, bij anderen leunen. Het verdragen van het verdriet en de gebrokenheid van anderen. Oefenen in alleen zijn met waar ik uiteindelijk toch zelf mee verder moet. Een omgang vinden met alle herinneringen: de verdrietige, spijtige, verbijsterende, en de vele fijne, mooie, dierbare….

Behandel dan toch elke gast met eerbied, want misschien komt hij de boel ontruimen om plaats te maken voor iets anders.
 
Verlies is een grote leermeester in mijn leven. De grootste waarschijnlijk. Het maakt mij bewust van mijn leerlingschap. Wat weet ik nu werkelijk van het leven? Ik heb me te verzoenen met niet-weten. Durf ik er toch op te vertrouwen dat het leven (of ‘de hemel’) het goed met ons voor heeft? Hoop is: “openness to surprise”(David Steindl-Rast).

Ik voel me vaak gedragen. Door liefde, voorbij alle grenzen en vormen. Door wat groter is dan ik kan begrijpen. Door mensen die er onvoorwaardelijk zijn. Die willen luisteren. Of wandelen. Of zingen. Dichtbij, ook op afstand, in stilte. Met lichtjes, lieve gedachten, gebeden, beschikbaarheid, geduld. Door mensen voor wie ik zelf iets kan betekenen. Door de wolbollige gekkigheid van het hondje dat in mijn leven is gekomen.

’t Levenzijdank, want ik kan het niet alleen….

‘Zie mij werkelijk’….

'Golf van depressie in overvol opvangkamp Moria', las ik als kop in de krant. Lesbos, de kennelijk onoplosbare uitzichtloosheid van vluchtelingen… Ik voelde me bevangen door verdriet en machteloosheid. Heeft er dan niemand een goed idee over hoe dit verder kan, beter kan? Kan iemand mij vertellen wat ík zou kunnen doen om eraan bij te dragen dat mensen niet in uitzichtloosheid moeten leven? Kan ik zelf iets bedenken?

Niemand, niemand zou tot uitzichtloosheid veroordeeld mogen zijn!!! Het mag niet zo zijn dat we hieraan gaan wennen. Dat ík hieraan ga wennen…

Kan ik in mijn machteloosheid de krantenkoppen maar beter mijden? Want als ik me verbind met het lijden van zoveel mensen lijd ik zelf ook. Toch is het alsof de mensen waarover het gaat in de krant naar mij roepen: "Kijk naar mij, zie mij werkelijk!"

Mijden als je je machteloos voelt. Ik heb wel eens die neiging gevoeld als ik een ernstig zieke bekende in de supermarkt tegen het lijf dreigde te lopen. Misschien heb ik zelfs weleens gedaan alsof ik iemand niet zag, van wie ik wist dat hij of zij met groot verdriet te kampen had. Zomaar, in een soort overlevings-impuls van mijn gemoedsrust. Menselijk, toch? Toch schaam ik me daar voor. Dat is niet wie ik wil zijn.

Tegenwoordig ondervind ik af en toe ook de andere kant aan den lijve. Dat mensen míj in de supermarkt even niet zien, of snel wegkijken als ik hen aankijk. Strak vooruit kijkend voorbij fietsen terwijl ik weet dat zij 'het' weten. Het dramatische verlies binnen mijn gezin. Ongetwijfeld voelen sommige mensen zich daar machteloos en ongemakkelijk mee. Ze zijn misschien bang om de verkeerde dingen te zeggen of te doen. Menselijk…? Misschien, maar het doet verrekt veel pijn.

Het vraagt kennelijk moed om in het gat van iemands diepste duisternis te durven kijken. Om het dan uit te houden met je eigen ongemak. Je gaat er zelf pijn van lijden. We zoeken liever geen pijn op. We willen het goed hebben met anderen, leuk, luchtig, gezellig. Ons eigen leven kent al genoeg moeizaamheid.

Hoe dieper de ellende, hoe groter de gevoelens van machteloosheid, hoe meer kans op mijden of gemeden worden. Bagataliseren, rationaliseren of 'spiritualiseren' van leed zijn ook manieren waarop de confrontatie ermee uit de weg gegaan wordt.

Ik heb besloten het niet meer te doen. Wegkijken, mijden. Het zal me misschien toch nog wel eens gebeuren. Maar ik wíl het anders doen. Want ik weet nu…dat het heel pijnlijk en beschamend is. Voor degene die de ogen sluit en al helemaal voor de gemedene.

Ik merk dat ik nu anders naar mensen kijk. Gewoon, naar de mensen die ik tegenkom of voorbijloop. Voorbij aan de oppervlakkige eerste indruk zie ik meer dan voorheen de liefde en het verdriet in iemand. Ik herken mezelf …

Leed, in het groot en in het klein, vraagt om gezien en gehoord worden, om respons. Dat hoeft geen oplossing te zijn. Soms, vaak, is iets niet op te lossen. Liefdevolle aanwezigheid geeft uitzicht. Niet persé in de vorm van fysieke nabijheid. Misschien onzichtbaar…in gebed of meditatie, een kaarsje dat brandt. Het kan zo goed doen om te weten dat iemand je ziet, hoort, erkent, aan je denkt, óók in je lijden. Ook als er niets aan te doen is, als er niets zinnigs te zeggen valt, maken zelfs de kleinste blijken van betrokkenheid een wereld van verschil. 'Zie mij werkelijk'…

De Latifa

In de opleiding tot Stembevrijder die ik volgde werkten we volgens de zeven stappen van de Latifa, een gebed uit het Soefisme (een oude mystieke stroming uit de Islam, bekend van bijvoorbeeld Rumi). Zeven stappen naar transformatie, ontwikkeling tot vrijer, ruimer mens-zijn.
Als ik deze stappen als een soort meditatie doorloop en de impact ervan tot me door laat dringen, dan raakt dat me heel diep.

De eerste stap alleen al: 'Ik aanvaard'. Aanvaarden waar ik nu ben in mijn leven, met alles wat er is…met alles wat ik ben en niét ben. Daar moet het beginnen. Dat roept meteen al heel veel op…
En dan toch verder naar stap 2: 'Ik verlang'….
3: 'Ik hoop'….
4. 'Ik vertrouw'…
5: 'Ik laat los'….
6. 'Ik heb lief'….
7. 'Ik ben bereid'…

Het hele leven zit daarin. Míjn hele leven.
En elke keer is het weer anders…

Radicale Zachtmoedigheid


Hoe in godsnaam de tragedies die zich dichtbij en verder weg in de wereld afspelen te verdragen? Hoe weer ik mij? Muren bouwen, een geweer aanschaffen, me verschansen in een onbereikbare vesting, mijn hart begraven onder lagen onverschilligheid of bitterheid?

In een gesprek op tv (‘de Verwondering’, met als gast Ruard Ganzevoort) hoorde ik het begrip ‘Radicale Zachtmoedigheid’. Kan dát het antwoord zijn op de confrontatie met lijden en onrechtvaardigheid? Het alternatief is een harde schil ontwikkelen, me weren met ongevoeligheid en zo nog meer lijden veroorzaken. ‘Ik’ tegen ‘het leven’ of ‘wij’ tegen ‘zij’ is houvast in schijn-veiligheid, een fort bouwen op drijfzand.

‘Radicale Zachtmoedigheid’. Op persoonlijk niveau betekent dat: de wond niet afdekken. Mijn hart openhouden. Al doet het leven nóg zoveel pijn. Liefde sluit in, niet uit. Niets softs aan, een radicale keuze. Alleen overgave aan kwetsbaarheid en raakbaarheid kan de weg van het hart mogelijk maken. Een radicaal andere weg. De levenshouding van Gandhi, Mandela, Jezus of Boeddha, in de situaties van extreem lijden waar zij mee te maken kregen.

Het begint bij het leren aanvaarden van de pijn en onzekerheid van het bestaan waar we vroeg of laat keihard tegenaan knallen. Dat is een opgave. Kunnen we elkaar hierin tot steun zijn? Bijvoorbeeld door de illusie van maakbaarheid te ontmaskeren? Door elkaar te helpen persoonlijk lijden te dragen? Door voor onszelf en elkaar geduldig, mild en kwetsbaar te durven zijn? Radicaal, compromisloos. In ‘zachtmoedig’ hoor ik dat zachtheid moed vergt. Laat ik zacht én moedig zijn.

Heilzaam zingen

 

Wanneer iemand vanuit zijn ziel zingt heelt hij tevens zijn innerlijke wereld. Wanneer alle mensen vanuit hun ziel zingen en één worden in de muziek helen zij tegelijkertijd ook de wereld om ons heen.”    ~ Jehudi Menuhin ~

Sinds november 2015 organiseer ik eens per maand een avond ‘Met Hart en Ziel zingen‘.

Het initiatief werd geboren toen mijn eigen sluimerende verlangen hiernaar samenviel met een verzoek van buitenaf om zoiets te organiseren. Ik voelde me ‘geroepen’; dit was blijkbaar het moment om mijn verlangen in actie om te zetten.

Bij ‘Met Hart en Ziel zingen’ bied ik een avond waarin we moeiteloos kunnen zingen. Zodat er ruimte is om te zakken in onszelf, ons binnenste. Om ons te verbinden met het diepste in onszelf en tegelijkertijd met het hoogste. Om te voelen wat er in ons leeft en ons hart uit te zingen. Samen zingen verbindt ons met elkaar en geeft ontspanning, moed, Spirit!

We zingen Mantra’s en Krachtliederen. Het Sanskriet woord ‘Mantra’ betekent zoiets als: bevrijding of reiniging van het denken. Door de eenvoud en de herhaling van de melodie en teksten hoeven we er niet zo over na te denken. We kunnen ons overgeven aan de pure, helende energie van de klanken. Muziek is immers trilling, energie, die helend kan werken op allerlei niveau’s. Mantra’s in traditionele zin komen uit India, maar eigenlijk komen ze in tradities van over de hele wereld voor. Denk bijvoorbeeld aan Gregoriaanse gezangen of Taizé-liederen.

Krachtliederen (of ‘Come-together-songs’) zijn gemeenschaps-liederen, die zich er perfect voor lenen om ervaringen en gevoelens te delen en onze verbondenheid met elkaar, de aarde of het Hogere te bezingen. Dat kunnen bijvoorbeeld liederen uit Indiaanse of Afrikaanse tradities zijn, maar ook Gospels of liedjes met een Engelse of Nederlandse tekst. 

Alles wat we op deze avonden zingen heeft als overeenkomst: eenvoud. Er is een bedding van stilte, waar ieder lied uit oprijst en waarin het tot rust komt. Stilte is heilzaam, al kan het in het begin wat ongemakkelijk voelen omdat we vaak gehecht zijn aan actie, bezig blijven, afleiding. 

In alle culturen is zingen oorspronkelijk bedoeld om samen het leven te bezingen, in alle facetten. En om de helende werking ervan te ervaren. Zingen is ons geboorterecht, niet enkel voorbehouden aan geoefende zangers en de podiumkunsten!

Welkom bij ‘Met Hart en Ziel zingen’! Zie voor meer informatie en data de gelijknamige pagina op deze website.

Blijmoedig onvolmaakt zijn

  Uit: ‘Delf mijn gezicht op’ (Huub Oosterhuis)
Delf mijn gezicht op, maak mij mooi
Wie wordt ontmaskerd, wordt gevonden
En zal zich zelf opnieuw verstaan
En leven bloot en onomwonden
Aan niets en niemand meer ten prooi
Delf mijn gezicht op, maak mij mooi

Als er iets is dat ik de laatste jaren aan het oefenen ben, dan is het wel dit: blijmoedig onvolmaakt zijn. Het is eindelijk, in de pakweg 50 jaar dat ik leef, tot me doorgedrongen dat dat een onmisbaar ingrediënt is van de kunst om te leven.

Als kind merkte ik tijdens het opgroeien langzamerhand dat er van alles aan mij niet deugde. Misschien vonden mijn ouders me wel lief, leuk en mooi, vanaf de werkelijkheid van het schoolplein werd me duidelijk dat ik niet zomaar ‘goed genoeg’ was. Sterker nog: ik voelde me op allerlei gebieden tekort schieten. Met schaamte tot gevolg. Schaamte: ik had anders moeten zijn. Mezelf vergelijken met anderen, inschatten hoe anderen tegen me aan keken, mijn best doen me aan te passen, mezelf onzichtbaar maken of mezelf juist overschreeuwen om ‘leuk’ gevonden te worden….dit werden mijn strategieën om me te handhaven. De pijn van het me-niet-goed-genoeg- voelen stopte ik diep weg. Ook daar schaamde ik me voor.

Is dit een uitzonderlijk eenzaam verhaal over mijzelf? Nee, ik heb gemerkt dat dit een ervaring is die de meeste mensen die ik ken in één of andere vorm herkennen. In onze persoonlijkheid valt waar te nemen welke overlevings-strategieën we het meest succesvol toepassen. Persona betekent letterlijk masker. Ergens daarachter schuilen de kwetsuren van het kind, dat zich probeert te handhaven op het strijdtoneel van alle ‘schoolpleinen’ van het dagelijks leven.

In mijn volwassen leven voel ik steeds meer een verlangen om mijn ingesleten patronen van zelfbescherming los te wikkelen. Om ‘bloot en onomwonden’ te leven. Mezelf kennen en aanvaarden, me door anderen laten kennen en aanvaarden als de oorspronkelijke mens die ik ben. Om vrij te kunnen ademen en mijn licht te laten stralen, in alle eigenheid.

Het leren onderscheiden tussen aangeleerde patronen en mijn ‘echte ik’ is een voortgaand proces, met vallen en opstaan. Onderdeel daarvan is het onder ogen komen van de schaamte en de pijn van het niet-goed-genoeg. De schaamte om de schaamte loslaten. Zonder dat het alleen maar moeilijk en zwaar wordt.

Voor mij is blijmoedigheid daar onmisbaar bij. In het woord ‘blijmoedig’ klinkt mee: de moed om blij te zijn. En ook: het is vreugdevol om moedig te zijn! Het is bevrijdend om je niet langer te laten ketenen door de meetlatten waarmee je je de maat laat nemen, door anderen en jezelf! Want daar, in die oordelen, is geen waarheid en geen liefde te vinden. Alleen maar druk en beknelling. Daar kan niets tot volle bloei komen.

Lelijkheid is niets anders dan schoonheid waar nog geen contact mee is gemaakt, staat er in mijn aantekeningenboekje. Zo geldt dat zeker ook voor zingen. Volmaaktheid is een illusie met vaak schadelijke gevolgen. “Wees blijmoedig onvolmaakt”, zeg ik tegen mezelf en zoveel mogelijk anderen. En dan maar oefenen……

Zingen, geven en overgave

   
Laatst zong ik mee in een koor tijdens een korte bijeenkomst in een kerk. Er kwam een klein groepje mensen bij elkaar. We zaten als koor in een halve cirkel op kleine afstand tegenover de anderen. Een intieme setting. Ook al was bekend dat we met weinigen zouden zijn, er was alle zorg besteed aan het kiezen en voorbereiden van teksten en muziek. De mensen die de bijeenkomst leidden waren, zoals meestal hier, geen professionele voorgangers, maar ‘gewoon’ mensen uit de gemeenschap. Ik kon merken dat ze het best spannend vonden. Zelf vond ik het zingen in deze setting ook spannender dan anders. De nabijheid van de gemeenschap, die we recht in de ogen keken, maakte dat ik er toch iets minder gemakkelijk bijzat en met iets meer verlegenheid zong. Iemand uit het koor zong solo een luisterliedje. Het ontroerde me, niet alleen omdat het mooi was. Het raakte me vooral omdat de zangeres bereid was zich in het liedje bloot te geven.

Het raakt me als mensen bereid zijn niet alleen het beste van zichzelf, maar ook iets kwetsbaars van zichzelf te geven. Ook als dat met trillende handen of ander ongemak gepaard gaat. Ten bate van anderen, van het geheel, van elkaar. Ik vind dat iets heel kostbaars.

Er zijn misschien ook mensen die met gemak volkomen ontspannen optreden of geroutineerd een
voordracht houden voor publiek. Ik ben er daar zelf bepaald niet één van. Lange tijd heb ik me enom geërgerd aan mijn eigen ‘plankenvrees’ en angst voor spreken in het openbaar. Omdat ik wél iets te zeggen en te zingen had en die belemmeringen in mijzelf niet kon gebruiken. Een beetje ‘gezonde spanning’, zegt men vaak, is goed en komt de prestatie ten goede. Voor mij voelde die spanning eerder als een vorm van lijden. Ik wilde er graag vanaf. Dat lukte me natuurlijk niet, wat ik ook probeerde.

In de afgelopen jaren leerde ik een belangrijke les: de spanning die ik voel is een teken dat wat ik ga doen er toe doet! Het gaat over levendigheid en over contact . Werkelijk contact is spannend! Mijn spanning en angst hoeven niet weg, ze horen bij mij als levend en voelend mens!

Zingen voor anderen is iets loslaten, ten bate van oprecht contact. Je doet je schild, je masker af. Ik heb het heel lang geprobeerd, maar ik kan mij niet verstoppen als ik vanuit mijn hart zing. Ik kan proberen het een beetje klein te houden….maar uiteindelijk is overgave, niets achterhouden, de enige weg. Daar is best moed voor nodig. En ook het vertrouwen dat ik die spanning wel dragen kan.

Niet een vlekkeloos en perfect optreden blijft mij het meeste bij, maar één waarin ik een levend mens ontmoet, in al zijn of haar kwetsbaarheid en kracht.

Wat hóór ik?

  
‘Wat hóór ik?’ en ‘Hoe hoort het?’ Ik word me er steeds meer bewust van hoe en wanneer deze vragen in mij spelen. We hebben over het algemeen goed geleerd ‘hoe het hoort’. Wat gepast en gewenst is, wat van ons verwacht wordt, in klein of groter verband. We weten precies met welke meetlat we onszelf de maat kunnen nemen en vooral ook wanneer we tekort schieten. ‘Hoe hoort het’ is een vraag van buiten naar binnen.

De eerste vraag, ‘Wat hóór ik?’, is van een hele andere orde. Daar gaat luisteren aan vooraf. Niet het luisteren naar de gezagvolle stem van één of andere autoriteit, maar naar binnen luisteren. Als ik mijn aandacht naar binnen keer kom ik daar over het algemeen eerst onrust en rumoer tegen. Innerlijke stemmetjes, die om aandacht vragen. Die iets nodig hebben, zich buitenstaander voelen, die iets veroordelen, die iets tekort komen, die zich zorgen maken….

Om echt te kunnen horen is het nodig dat ik stil word. Stil worden kan lastig zijn. Want die onrust, die stemmetjes die er zijn, kunnen me dan echt overspoelen. Als ik maar druk doende blijf in de ‘buitenwereld’ hoef ik mezelf niet met die innerlijke onrust te confronteren. Als ik stil word, niets doe, er alleen maar ben, alleen maar waarneem, valt de onrust niet meer te negeren, ik ervaar ze aan den lijve. Als ik dit verdraag en erbij kan blijven merk ik daarnaast nog iets anders op: de stilte ertussenin, erachter. Er zijn stemmetjes, gedachten, en er is stilte. 

In die stilte kan ik soms horen wat ik ‘de stem van mijn hart’ noem. Je kunt het ook ‘ziel’ noemen, of ‘ware zelf’ of ‘de stem van God’, of…Als ik dit tot me door laat dringen, voel ik me nederig en dankbaar; zo dichtbij is het diepste en hoogste in mij!

Als ik niet bewust ruimte maak voor contact met de stem van mijn hart, door me af te vragen wat ik werkelijk van binnenuit hóór, leef ik er zo aan voorbij. Dan blijft het bij me afstemmen op ‘hoe het hoort’. Daarmee zal ik best een eind komen, er zal misschien niet veel op me aan te merken zijn, maar ben ik werkelijk mij?

‘Stembevrijdend’ zingen is zingen van binnenuit. Het begint altijd met luisteren naar wat ik hóór. Alles is zingbaar, alle onrust en stemmetjes mogen klinken. Uiteindelijk, vroeger of later, kom ik zingend bij dat diepste, de stilte in mij. Ook die is zingbaar…met alles wat daarin te vinden is: vrede, vreugde, liefde, overvloed.

“Er kan niets misgaan”…..

 “Er kan niets misgaan”….zo herinner ik me een zin van mijn leraar Stembevrijding Jan Kortie. Het thema waarover hij het had was: Vertrouwen. Ik schrijf het bewust met een hoofdletter. Het citaat van John Lennon bij bovenstaande foto vat de kern daarvan nog eens met andere woorden samen. Op het eerste gezicht zo’n populaire spirituele one-liner misschien, maar intussen van een diepe waarheid.

 “Vertrouwen is: je écht toevertrouwen aan de gedachte dat er voor ons gezorgd wordt”, schrijft Jan Kortie. Dat is nogal wat. Dat er voor ons gezorgd wordt…Dat alles uiteindelijk goed is. Niet ‘uiteindelijk’ in de betekenis van: aan het einde der tijden. Maar bedoeld als: ten diepste, wezenlijk, óók als alle schijn tegen is.

Zelfs als je in een volgepakt bootje op de Middellandse zee dobbert en je bootje zinkt? Zelfs als je te horen hebt gekregen dat je terminaal ziek bent? Zelfs als alles, alles tegen lijkt te zitten en je de wanhoop nabij bent? Wie gelooft dan dat “Everything will be okay in the end”!

Ik kom uit een geloofstraditie waar heel vaak klinkt: ‘en tóch’….dat ‘en toch’ heeft zich ergens in mijn binnenste genesteld. Talloze verhalen, van religieuze teksten tot levensverhalen van mensen door de eeuwen heen verteld, doen verslag van een ‘vertrouwen tegen beter weten in’, ‘en toch’-ervaringen. Meestal niet omdat de feiten daar aanleiding toe geven. ‘Het verstoorde leven’, dagboek van Etty Hillesum, is daarvan voor mij een heel sprekend voorbeeld.

Wat is het, dat maakt dat mensen tegen de schijn der feiten in durven vertrouwen, zich toevertrouwen? Naar mijn mening niet iets dat aan te leren valt, of op gezag van een of andere autoriteit aan te nemen. Ik kan het alleen beschrijven als een mysterieus innerlijk weten. Een weten dat van binnenuit kan opborrelen. Iets in mij heeft weet van de diepste waarheid dat “er niets kan misgaan”. Dat iets, daar heb ik bij vlagen zicht op. Ik ben nogal vergeetachtig en moet ik mezelf er regelmatig aan herinneren!

Wat zou het een ontspanning geven, een vrede, als ik er werkelijk van doordrongen zou zijn dat “er niets kan misgaan”. Dan zouden alle angst en verkramping oplossen. Wat zou dat veel betekenen voor mijn gaan en staan in de wereld, voor hoe ik me verhoud tot en wat ik kan betekenen voor anderen, voor het geheel.

Vertrouwen valt niet aan te leren of te bewerkstelligen, maar ik kan me er misschien wel voor openen. 

Wees een dwaas!

  
Tijdens mijn wandelingetje langs de boeren-bermen van de Eempolder fietste er een jongetje langs van een jaar of acht. Ik hoorde hem van achter mij al aankomen nog voor ik hem zag. Want hij zong, luidkeels. Hij passeerde me en nog een tijdje hoorde ik zijn uitgelaten gezang. Hij bewoog in de maat van zijn lied op zijn fietszadel, nam zigzaggend van links naar rechts de weg in beslag en genoot daar zelf zichtbaar van. Ik werd er ook erg vrolijk van. Maakte hij zich er zorgen over dat hij door voorbijgangers gehoord werd? Ik denk niet dat dat hem bezighield. 

Kinderen kunnen dat nog: onbevangen zingen. Van kinderen tolereren we uitbundigheid en spontaniteit. We genieten er zelfs van. Maar als dit jongetje een volwassen man was geweest, had ik hem dan voor ‘dwaas’ verklaard? 

Ik ben zelf een voorzichtig, bedachtzaam mens. Mét een groot verlangen naar onbevangenheid. Ben ik die ooit kwijtgeraakt? Wanneer dan? Ergens tijdens het opgroeien kruipt kennelijk de schaamte en daarmee de bevangenheid erin. We gaan ons inhouden. Met als gevaar dat onze gevoelens vlak worden of dat we ons gevangen voelen.

‘Dans alsof niemand je ziet. Zing alsof niemand je hoort‘, is een populair gezegde. Het is niet moeilijk om je voor te stellen hoe vrij je je dan zou kunnen uiten. Toch zit in deze zin de suggestie dat je je pas ‘vrij’ kunt voelen als er niemand getuige is. Terwijl ik merk hoe heerlijk en aanstekelijk het is om getuige te mogen zijn van iemands on-ingehouden uitingen van vreugde, levendigheid, hartstocht. Aanstekelijk, want het appelleert aan mijn eigen verlangen. Ik voel me uitgenodigd ook mijn hele levensruimte in te nemen en met anderen te delen.

Vaker dan ik zou willen blijft het bij het voelen van de uitnodiging. Dan winnen toch de gêne en de bevangenheid het van het verlangen. Maar af en toe breekt de dwaas erdoorheen. Die vrije vogel van onvoorwaardelijkheid. Die een sprong in het ongewisse waagt. En daarmee iets nieuws veroorzaken kan. Een andere toon in deze wereld. Wijzen hebben het altijd wel geweten. Ach, mocht ik toch durven leven als een dwaas!

“Hartstocht is voor de dwazen.
Wees een dwaas!”  (Rumi)